We lezen in de documentatie van het Meertens Instituut voor onderzoek en documentatie van de Nederlandse taal en cultuur: In 1843 vestigden de zusters Ursulinen zich in Sittard. Het “Huis op de Berg” werd in gebruik genomen als klooster en meisjespensionaat (internaat). In 1866 werden Luik, maar ook andere delen van België evenals plaatsen in Nederland en Duitsland geteisterd door een cholera-epidemie. Mevrouw J. Demarteau-Lochmans uit Luik stuurde haar drie dochters, die bij de Ursulinen te Sittard in pensionaat waren, een medaille van O.L. Vrouw van het H. Hart om hen te beschermen tegen de cholera. Op de medailles stonden afbeeldingen van het H. Hart van Jezus en van Maria met Kind, alsmede de bede: ‘Notre Dame du Sacré Coeur, priez pour nous’. Deze tot dan toe vrij onbekende aanroeping werd door de Ursulinen en hun pensionaires na enige terughoudendheid overgenomen. Een van de pensionaires, Marie Verheggen, slikte korte tijd later tijdens naaiwerk-zaamheden een naald in. Alle pogingen om de naald te verwijderen mislukten. Ten einde raad hing men het meisje de medaille van O.L. Vrouw van het H. Hart om de hals en riep Maria’s bijstand in en nadat men 33 maal ‘Notre Dame du Sacré Coeur, priez pour nous’ had gebeden, gaf het meisje de naald op en werd ‘genezen’ bevonden.
– Vanwege deze gebeurtenissen wensten de zusters de oorsprong van de mariale devotie te achterhalen. Via een medezuster, op bezoek uit Engeland, kregen ze te horen dat de verering van O.L. Vrouw van het H. Hart was ontstaan in de Franse plaats Issoudun. De Sittardse Ursulinen namen daarop contact op met de missionarissen van het H. Hart in die plaats, hetgeen ertoe leidde dat op 6 januari 1867 moeder-overste Marie Thérèse Rutten de zusters en leerlingen kon inschrijven als leden van de broederschap van O.L. Vrouw van het H. Hart te Issoudun.
– Het verhaal van het wonder met de naald verspreidde zich ondertussen, zodat spoedig vereerders het klooster in Sittard kwamen bezoeken. Daarom hingen de zusters een schilderij van het genadebeeld van Issoudun in de recreatiezaal van het klooster. De pensionaires brandden er kaarsen bij en versierden het met bloemen. Het eerste genadebeeld uit 1867 van Cuypers werd eind 1868 vervangen door het nieuwe beeld van Raffle. Dit beeld werd eveneens opgesteld in de huiskapel, de voorganger van de huidige bedevaartskerk, waar sedert 8 mei 1868 een speciaal altaar voor het cultusbeeld stond. In 1869-1879 werden aan dit altaar 25.410 missen gelezen. – De devotie werd sterk gestimuleerd door deken Rutten die hoofdzelateur was. Naar verluidt was hij een van de eerste Nederlanders die in 1868 naar Issoudun pelgrimeerden. Bij de zusters Ursulinen was Mère Antoine Nijs belast met de bevordering van de verering. Bisschop Paredis stimuleerde de nieuwe cultus eveneens; hij beval haar onder meer aan in een herderlijke brief in 1873. Op 11 december 1873 kroonde hij, in naam van paus Pius IX, het Sittardse genadebeeld. Vanaf 1.00 uur ’s nachts lazen priesters continu missen aan de drie altaren van de kloosterkapel. De hoogmis werd om 10.00 uur (andere bronnen zeggen 11.00 uur) opgedragen. Deken Rutten was de hoofdcelebrant en pater Jules Chevalier, generaal-overste van de missionarissen van het H. Hart, hield de feestpreek. De kroning vond onder grote publieke belangstelling plaats in de namiddag om 15.00 uur tijdens het lof, waarbij tevens bekend werd gemaakt dat er een bedevaartskerk zou worden gebouwd. Ruim vijftig priesters waren bij de plechtigheid aanwezig.
– Het mirakel van de opgehoeste naald werd in de loop der jaren door een reeks andere wonderen en gebedsverhoringen gevolgd. Zo genas Zuster Chrysostoma Korst, in het klooster St. Anna uit Oudenbosch, op 4 augustus 1872 van ‘beeneter’ (bot-tuberculose) in de ruggengraat, nadat haar medezusters een noveen hadden gehouden ter ere van O.L. Vrouw van het H. Hart. Haar familie schonk een beeld van O.L. Vrouw van het H. Hart aan de kapel van de zusters en zuster Chrysostoma overleed pas in 1916. In Sittard zelf, bij gelegenheid van de wijding van de bedevaartskerk in 1879, meldde weduwe J. van Wesel dat haar bedlegerige zoon na drie jaar was genezen, na te hebben gebeden voor O.L. Vrouw van het H. Hart. In 1880 vonden twee opmerkelijke genezingen plaats. In Boorsheim ging een 20-jarig verlamd meisje op de laatste dag van de noveen weer lopen. Op 8 juni van dat jaar, tijdens de onthulling van het genadebeeld op het nieuwe altaar, genas het verbrijzelde oog van de negenjarige Jan Bustinx uit Overhoven bij Sittard, tegen de diagnose van dokter Collaes in. Vele van dit soort gebedsverhoringen en wonderen werden gepubliceerd in het Maandschrift en vestigden zodoende de reputatie van Sittard als bijzonder genadeoord. Jacques Schreurs geeft het hagiografisch getoonzette verhaal dat Louis Tijssen – de latere ‘heilige’ deken van Sittard – in zijn jeugd met zijn moeder ter bedevaart naar Sittard ging om O.L. Vrouw van het H. Hart te bedanken voor genezing van een ziekte. Toen zijn moeder verslag ging doen bij de overste van de Ursulinen, Mère Maria Scholastique, zou deze laatste hebben voorspeld dat Tijssen ooit deken van Sittard zou worden en dan bij de Ursulinen de mis zou opdragen.
– Vanwege de grote religieuze uitstraling van het genadeoord besloot paus Leo XIII in mei 1883 de kerk van O.L. Vrouw van het H. Hart als eerste godshuis in Nederland te verheffen tot basilica minor. Aan de verheffing tot basiliek herinnert een witmarmeren plaat met Latijnse inscriptie boven de hoofdingang. Sedert 1883 heet de bedevaartskerk in de volksmond ‘de basiliek’. De broederschap werd bij die gelegenheid verheven tot aartsbroederschap. Het pauselijk besluit werd op 5 juni tijdens het jaarfeest bekendgemaakt. Aan de verheffing waren zeven aflaten verbonden: 1. een volle aflaat op elke dag van het jaar onder vervulling van de normale voorwaarden voor de pelgrims die de basiliek bezoeken en bidden tot de intenties van de paus; 2. een volle aflaat voor de leden van de aartsbroederschap op de dag van hun toetreding; 3. een volle aflaat voor de leden in het doodsuur; 4. een volle aflaat op het jaarfeest van O.L. Vrouw en gedurende het octaaf; 5. elke maand een volle aflaat op een dag naar keuze; 6. een aflaat van zeven jaar en zeven quadragenen aan hen die de hoogmis ter ere van O.L. Vrouw bijwonen die elke donderdag in de basiliek wordt opgedragen; 7. een aflaat van 100 dagen voor hen die in de basiliek een onzevader en een Weesgegroet bidden.
De (aarts-)broederschap en kinderkrans.
– De Ursulinen richtten op 23 januari 1867 te Sittard een eigen, vooralsnog aan Issoudun onderhorige ‘Vereniging van O.L. Vrouw van het H. Hart’ op. Pater Chevalier hechtte hieraan op 11 februari 1867 zijn goedkeuring, omdat hij in de Sittardse broederschap het middel zag om de verering van O.L. Vrouw van het H. Hart ook in Nederland en Duitsland te verspreiden. In de eerste acht maanden werden 7.000 leden ingeschreven. Eind 1867 was dit aantal gegroeid tot 15.000. In 1868 steeg het aantal leden tot 20.000, vooral door inschrijvingen uit Limburg en Brabant. In het jaar 1870 breidde het aantal inschrijvingen zich uit tot 250.000 met veel nieuwe leden uit de provincie Overijssel, uit België en Duitsland. De Nederlandse bisschoppen en de aartsbisschoppen van Utrecht, Mechelen en Keulen, alsmede de pauselijke internuntius in Den Haag, A. Bianchi, waren allen lid geworden. Menten vermeldt op 8 september 1873 reeds 3.600.000 leden.
– Vanaf 1873 startte de broederschap in Sittard met een eigen register, aangezien het te omslachtig was om alle gegevens naar Issoudun te blijven doorsturen. Volgens het Maandschrift uit 1872 kon het hoge aantal leden overigens mede bereikt worden, doordat ook overledenen als lid konden worden ingeschreven. In 1876 zou het aantal leden zijn gegroeid tot 6.940.000. In 1879 – er waren toen ongeveer 3000 zelateurs en zelatrices actief – telde de broederschap 8.100.000 leden en bleef de groei doorgaan tot het getal van 12 miljoen (Nederlandse en buitenlandse) leden. Voor de kinderen was er een apart ledenregister: de ‘Kinderkrans’. Op 10 mei 1883 werd de broederschap dus verheven tot aartsbroederschap, hetgeen betekende dat overal in Nederland filiaal broederschappen van O.L. Vrouw v/h H. Hart konden worden opgericht, en deze moesten zich voortaan aansluiten bij hoofdzetel Sittard. PS. Opvallend is het te vermelden dat nu – in 2026 – nog maandelijks kinderen worden ingeschreven in het register ter ere van O.L.Vrouw van het H Hart.